uit de hengstebron

2 Posted by - April 8, 2016 - het nu

 Een gedicht en ik, het is altijd zo’n gedoe van een flirtpartij:
eerst nog een koffietje drinken? een wandeling maken? En dan: your place or mine?
Aftasten, interpreteren, afstand houden, terug aantrekken,
wachten op het juiste moment en dan ...

Haar uiteindelijk neerschrijven, teder en voorzichtig tastend in bed,
haar zorgvuldig langs alle kanten benaderen,
in haar ogen blijven kijken - die van de ziel-
en zo diep gaan als ze reeds toelaat.

Dankbaar zijn voor elk stukje wederzijdse overgave,
haar tonen hoezeer ze de moeite waard is
door telkens opnieuw te beginnen en haar te zeggen:
“ik weet nog steeds niet wie jij bent”.

Dagen en nachten haar doen en laten
tot ze plots roept: “Ik kom!”
Haar dan al je aandacht geven
en kijken hoe mooi ze daar tussen de lakens ligt.

Haar ’s morgens loslaten en de wereld insturen.
Haar schoonheid tonen aan iedereen die ze wil zien.

Een gedicht opent zich zelden in een one night stand.


 

 

 

 

 

 

Writer’s Clock

Als mijn buik vol voelt,
is het weer tijd om te schrijven.
Over dag- en nachtdromen
en andere veel te verlangens.
Dat of een kussengevecht
met zijn lippen.


 

 

 

 

 

 

Anticipation

Maak van elk verlanglijstje een verwachtlijstje.
Zucht stil en weet luidop.
Morgen is je wens niet meer subtiel
maar kus je hem op de mond.


 


 

 

 

 

 

 

 

’t Is weer…

zo’n dag dat een gedicht, of twee,  zich wil laten
schrijven, ik hou de woorden nog niet uit mekaar.
Ze springen uit donkere whack-a-mole gaten.
ik slam ze tot poetry in mijn abattoir.


 

 

 

 

 

Preposities

"Een voorzetsel (of prepositie) is een onverbuigbaar woord dat de aard van de relatie tussen verschillende elementen in de zin aangeeft"

Ik denk aan je,
stel me je voor,
stel me ons voor
in buigbare voorzetsels
zinnen en zinnen vol...


 

 

 

 

 

 

Bottelen

Als ik uit elke minnaar
een gedicht zou extraheren,
maak ik Het Parfum in woorden.
Maar ik ben geen killer babe.


 

 

 

 

 

 

Bestialitijd

Zijn geile bek hijgt aan mijn oor
en ondertussen boort hij door.
“Jouw gat!”, kreunt hij, in mijn cultuur,
mijn beestje van het eerste uur.