1. Gemütlichkeit

01.07.25

De koe zegt hier 'mü'. Selbstverständlich. Ik lig hier goed, ik ben ook mü. Ik müt nu even helemaal niks, maar in dit ontspannen leven müt ik nog wat zakken. De koe müt kakken. 

Ik slaap hier in een appelboomhutschommel. Dommel wat na. De boom wiegt me terug in slaap aan zijn takken. Ik word wat later wakker en de koe is alweer aan 't kakken.

Loslassen und wildplassen. 'Hou dat gevoel vast', zei een regisseur me ooit en ik dacht: ik laat het juist los. Op het podium, in een bos. Ik voel het leven als ik het loslaat. 

Ortmitten. Als ik reis, kom ik thuis in mezelf. Diep in mijn losgelaten buik en op het ritme van mijn wilde hart. Ik heb het graag zo, traag, gestaag en ontluikend. Het banale wordt weer sacraal. De tas koffie in de openlucht een heilige graal. Zucht...

Elk verhaal uit het verleden wordt vergeten in het nu. Mijn ogen gaan weer open voor alle mogelijkheden. 'Wilt u de menukaart?', vraagt het universum me in het Duits. Misschien wil ik het niet-willen nog het liefst van alles. Ik vraag naar de lokale Spezialität in de Bäckerei. Schmek me nu frei. 

Frühstück. Fräulein. Een stuk, aaneen, een vrouw alleen. Prettig en ongestoord. Pretzel plezier. Niemand kent me hier. Ik hou van niemand zijn, anoniem, naamloos, onbepaald. Alles wat ik 'zogenaamd' ben loslaten. 

Ik leg mijn lijf weer te rusten in de appelboomhutschommel, word in slaap gezoemd door een hommel. Echt waar. En zo gerijmd voelt het ook aan. Ik val samen met het leven. Mijn ademhaling wiegt me zacht heen en weer. De sterren kijken mij trots en met grote ogen aan:  'kijk hoe ze schittert in de nacht'.

Ik word alleen even wakker van de knal van een paradijselijke appel die valt. Ver genoeg van de boom en net niet op mijn hoofd. Hij geeft me wat hij had beloofd. Vertrouwen in het leven.

ik voel me weer licht
ik voel me weer een gedicht
een Duitse haikü

 


 

2. Jugendlichkeit

02.07.25

Ze willen niet wandelen, de boys, ze willen Baden Baden Baden in een See. Minderen am meer. Chillen. Selbstverständlich.

Alles ligt hier openbaar te grillen. Ingesmeerde six- en bierpacks, würstjes op de Öffentliche Grillplätze, borsten, buiken en billen in alle Duitse vormen en maten.

Er wordt gelonkt en geloerd achter zonnebrillen die groter zijn dan de bikini driehoekjes en ook de broekjes zitten dit jaar wel heel diep verstopt tussen de billen. Modegrillen...

Er wordt gesüpt, gekübd, geküst, gerüst én gevölleybald. Muziekbox dabei en in eins zwei drei verzamelen de sportievelingen zich op het veld. Zo ook mijn sweet sixtieners.

Mijn zoon rolt met zijn spierballen, knalt de bal netjes over het net. 1 - 0. Hij glimt. Twee meisjes op het strand kijken er even van op en scrollen dan verder op hun Handy. De beste vriend van mijn zoon leert me dat je de puntjes op de fünf zeker goed moet uitspreken. Mijn zoon rolt met zijn ogen.

Ik maak mij uit de voeten als moeder en ga wat dobberen. Gans toll. Het meer is smerig aan de rand; als een olievlek drijft de zonnecrème er aan het oppervlak. Wie de diepgang opzoekt, wordt beloond met proper water en zwemmen tussen vissen, eendjes en ander Wildfleisch.

Terug op mijn handdoekje, steekt een bij me voorbij. Scherz beiseite, hij steekt me écht en wel récht naast de rand van mijn bikinibroekje. Ben ik blij dat ik meer dan zo'n string draag. Ik gebruik mijn eka pada sirsasana (ja, google gewoon even) om de angel eruit te halen. Het ziét er niet uit, maar een 49-jarige Frau-al-lein zal, in welke houding dan ook, al die Jugend hier een würst wezen.

De muziekbox, de volleybal, de bikini's en de broekjes, alles knält verder. In de verte rolt een onweer. En ik heb geleerd: minder is dus toch niet altijd meer.


 

3. Zuverlässigkeit

 03.07.25

Het onweer barst wel degelijk los. Maar niet voor ik mijn bedje heb verhuisd van appelboomhutschommel naar Berlingo en de boys hun tent extra hebben verzekerd. Ik hoor hun zelfverzekerheid groeien in de 'wow... cool...'. Morgen duw ik ze weer wat verder uit hun nest. Ik val in slaap onder een Blitz schouwspel, met de koffer en het hart open.

Mijn angststoornis reist nooit mee, die blijft liever thuis. Ze haat het als ze geen grip op mijn doen en laten heeft, als ik wild leef. Ik liet haar zingend in een hoekje achter (‘to Athena - een prachtig lied: https://www.youtube.com/watch?v=Cy2DgyLkgQw) en beloofde haar: ik kom altijd terug en zal je weer een mooie steen of vogelveer meenemen.

Ik ben wel degelijk degelijk en betrouwbaar. Ik ben een plantrekker zonder plannen,  een dichter die graag verder kijkt, een dochter die op haar vader lijkt, een blikoponeindigopener. Ik ben een veganist in Duitsland, hoe stoutmoedig kan je zijn. Ik ben ik zonder schr. Het denken is de valstrik. Ik ben een vrouwhaftig geval. Ik laat me onverschrokken vallen in de armen van het leven.

Ik voel me veilig in mij en geef dat door, zie hoe de jongens hun verantwoordelijkheid en berekende risico's pakken, zelf eitjes bakken, koud douchen, salto's springen, Duitse Jugend aanspreken, Fritz cola bestellen, loopings als pretzels wegwerken, een waterval omhoog klimmen, hun mening of gevoel verwoorden, ik zie ze hun sprongen wagen, potz Blitz, ik zie ze sprongen maken.

Ik hoor ze denken wat ik denk: ik kan altijd meer dan mijn denken denkt. 't Is goed hier in dit lijf, hier in dit leven. Ik ben trots op mezelf en de boys. Ik geef mij de pluim en bij thuiskomst geef ik de angst een steen uit Duitse meerlagige Gründlichkeit en zeg: ik heb aan je gedacht.

Selbstverständlich.