Er stond een heel verhaal voor de deur.
Verdwaald sprak het voor zich, met ogen
van zo’n zachte mosgroene kleur, dat ik op
slag dacht: dààr hoor ìk naakt in te liggen.
'Door de bomen het bos' vertelt over het verlangen thuis te willen komen bij een ander en het uiteindelijke thuiskomen in jezelf. Over het denken dat als een bange hond blaft naar het hart. Over graag zien, maar dan ook echt heel graag zien. Over een hart dat volhardt in zacht blijven. Tussen de bomen, door het bos, over de straten, door de stad.
De verwerking van een groot liefdesverhaal in een dichtbundel, songs, een wandeling door het bos als voorstelling, foto's e.a. artefacts.
de dichtbundel
'Door de bomen' is een verzameling gedichten, naaktfoto's, lied- en theaterteksten over een liefdesrelatie van twee roodborstjes doorheen vier seizoenen.
gepubliceerd in 2020, in kleine oplage, als 'omslag' en collector's item
Vormgeving: Serge Di Marcantonio van Zw.Art, Ontwerp
Fotografie: Jan De Proost & Peter Van Tricht
de voorstelling
'Door de bomen' is ook een voorstelling, verpakt in een (herfst)wandeling door het bos. Samen zetten we 10000 stappen en maken we korte poëtische haltes.
Op uitgekiende plekjes lees en zing ik het werk uit de bundel, dans ik door de blad(er)en. We eindigen de wandeling met een laatste vers: geletterde pompoensoep.
nazomer
41
jouw woorden onder de boom
jouw armen rond de dag
mijn zelfgemaakte kroon
jouw ontwapenende lach
mijn lijf verjaart vandaag
gelukkig aan dat van jou
het allermooiste cadeau
is dat jij van mij houdt
Ze vallen meestal in bosjes van de bomen waaronder ik lig,
ze vallen soms al uit de lucht als ik fiets met de wind in mijn rug
naar de bosjes van bomen waaronder ik lig te liggen, licht, leeg
en vol verlangen, languit en al langer klaar om ze op te vangen
als ze vallen, als ze komen, maar o… Als hìj komt...
O, als hìj komt, dan vallen ze losjes van mijn lippen
als hij ze kust of net niet, in de bosjes waarheen hij fietst
met de wind in zijn rug, naar de bosjes van bomen waaronder
wij samen komen te liggen, licht, leeg en vol verlangen,
languit en al langer klaar om mekaar op te vangen en dàn...
Als wij samen durven te vallen, als wij samen durven vallen met
ons verlangen en de tijd die stilstaat als wij kussen of net niet
onder de bomen van de bosjes waar we samen heen fietsen
met de wind in onze rug, dan vallen ze, o, dan vallen ze...
Dan dwarrelen ze als bladeren van de bomen waaronder wij
licht liggen te liggen en te kussen of net niet en dan landen ze op
bladen en zo, o, zo... schrijf ik de zomer het liefst, in gedichten
zo zacht en luchtig als onze vrije val in haar, in hen en in mekaar.
het bomenlied (lyrics)
'ik krijg weer adem
en hij wordt me ook benomen'
Hoog in de toppen van de bomen
wonen honderdduizend dromen
waaien alle deuren open, hoor ze maar.
Hoor hoe ze kraken van verhalen
over dromen waar te maken
door de mensen die er komen, die er gaan.
Zij zijn vergeten ze te vangen
en dat verlangen hen laat weten
wie ze zijn en dat ze verder moeten gaan.
Hier in de stilte van het bos
komen toen en wat als los,
vang je blootsvoets op het mos je droom weer aan.
Stap voor stap, zucht voor zucht,
alles hangt al in de lucht.
Je bent er, dus went er best aan dat
bestaan als een boom in de wind
wat je zocht was en nu vindt.
Weet je nog hoe je als kind
leerde plassen in het wild?
Hoe je rokje opgetild, je billen vrij?
Hoe warm je plas en hoe lekker dat dat was
hoe alles stroomde in het gras
en ook de tijd ging zo voorbij.
Weet je nog toen, met de donder,
je zat zonder ondergoed tegen de boom
en moest er komen met een knal?
Hier in de stilte van het bos
komt het allemaal weer los
en is Eros er vanzelf en overal.
Stap voor stap, zucht voor zucht,
alles hangt al in de lucht.
Je bent er, dus went er best aan dat
bestaan als een schaamteloos kind
wat je zocht was en nu vindt.
Je bent er dus went er best aan dat
bestaan als een schaamteloos kind,
onder een boom in de wind
wat je zocht was en hier nu vindt.
