nazomer

Ze vallen meestal in bosjes van de bomen waaronder ik lig,
ze vallen soms al uit de lucht als ik fiets met de wind in mijn rug
naar de bosjes van bomen waaronder ik lig te liggen, licht, leeg
en vol verlangen, languit en al langer klaar om ze op te vangen
als ze vallen, als ze komen, maar o… Als hìj komt...

O, als hìj komt, dan vallen ze losjes van mijn lippen
als hij ze kust of net niet, in de bosjes waarheen hij fietst
met de wind in zijn rug, naar de bosjes van bomen waaronder
wij samen komen te liggen, licht, leeg en vol verlangen,
languit en al langer klaar om mekaar op te vangen en dàn...

Als wij samen durven te vallen, als wij samen durven vallen met
ons verlangen en de tijd die stilstaat als wij kussen of net niet
onder de bomen van de bosjes waar we samen heen fietsen
met de wind in onze rug, dan vallen ze, o, dan vallen ze...

Dan dwarrelen ze als bladeren van de bomen waaronder wij
licht liggen te liggen en te kussen of net niet en dan landen ze op
bladen en zo, o, zo... schrijf ik de zomer het liefst, in gedichten
zo zacht en luchtig als onze vrije val in haar, in hen en in mekaar.

fotografie: