roekoeloos

laat mij je voorlezen:

 

1.

 

soms wou ik dat ik tussendoortjes kon
met mijn snaveltje zomaar iemand
uitpikken en kussen voor de lol

dat ik mij achter mijn naveltje ook
hàlfleeg of hàlfvol kon voelen en
geen glazen bol had in mijn buik

dat er weer eens dag en nacht
vlinders in vlogen of hele vogels,
zonder fnuiken of relati<e>veren

 

2.

 

soms wou ik dat ik zo licht als een zwart
pluimpje was, dat ongeveren voelde als
een hele dikke duim omhoog, niet als een

hard bedoelde middenvinger en dat ik mij
minder zacht boog over herinneringen of
mij met mijn slagpennen vrij kon schrijven

van dat artistieke rood borstje, gewiek<s>t
rond mijn bohemienne hart en dat ik haar
grenzen zou kennen zoals mijn gelijke

 

3.

 

soms wou ik dat ik verreikende vleugels
had als armen met een ontspanwijdte
zo groot als een warm bubbelbad en dat

ik daarin geen kermiseendje was, maar twee
mooie zwanen met de drijfveren in de plooi
en nooit verder dan een glijbaan van mekaar

 

4.

 

soms wou ik dat ik nog niet klaar voor het
luchtruim was, maar een pas geboren eitje om te
merken: klasse A, of piepjong aan kon sterken,

mij teder met mijn donshaartjes in andermans
gevederde nesten mocht werken en met mijn
grote bek het zwerk nog niet had opgezocht

 

5.

 

soms wou ik dat vogelen niet bestond,
dat het de staart van dit beestje niet was
om alles dansbaar te vinden of te maken

niets of niemand te zoeken om te raken
vanbinnen uit te fluiten en mij naar
buiten toe te uiten zonder verenkleed

 

6.

 

soms wou ik dat het mij nog raakte, zo’n
vreemde naakte vogel te zijn, maar goddank
is ook dat maar een vluchtige gedachte en

lucht de veertekracht mij keer op keer op.
kijk: hoe dichtbij mezelf ik kan zijn als
ik wèg ben van mij, hoe vogelvrij ik kan

 

7.

 

vliegen als een kanarie in haar goudmijn.

 

don-eer

 

Heb ik je geraakt?
Je dag beter gemaakt?

Zin om iets terug te geven?
Een koffie of je leven!

 

fotografie