Trail R

  1. Hoe hij berekend zijn route uitstippelt,
    hoogtelijnen tekent rond mijn buik,
    de heuvels van mijn heupen induikt en 
    bewegwijzert als: ‘Coussin d’Amour'.
  2. Hoe hij dan koers wijzigt en de klim
    inzet met zijn pretoogjes, de hoogteparcours
    rond mijn borsten draait en keert, met open
    mond de haarspeldbochten daar trotseert.
  3. Hoe hij met rotsvaste hand in rappel
    mijn gewelfde landschap afdaalt op de tast,
    hoe hij het haalt van watervallen en
    cascades, zich dan baadt in mijn vallei.
  4. Hoe hij mij bevrijt, herbront, rivieren
    oeverloos laat lopen langs mijn dijen,
    zich aan 't klaterende beekje vleit,
    ontsprongen uit mijn hoogste ooghoek.
  5. Hoe hij mij onderzoekt, te midden van
    het Oostkanton en met zijn haviksblik
    gaat bidden boven mij, zich dan laat vallen
    en alles weer stroomopwaarts likt.
  6. Hoe hij het volhoudt in mijn holtes,
    er de echo van zijn ego exploreert,
    speleo speelt in de spleten en de
    leegte van mijn grot, voor zijn genot.
  7. Hoe hij naar mij spelonkt vanuit zijn
    donkere woud en ik er in verdwalen kan
    als in sprookjesverhalen over houden van
    en ik er eentje schrijven wil zonder eind.
  8. Hoe hij bereisd naar me kijkt, ik zie
    de vergezichten nog in zijn ogen en dat
    ik nooit dichterbij zal mogen dan de
    hartstochten die hij al heeft gemaakt.
  9. Hoe hij dat hart van hem bewaakt als een
    beschermd natuurdomein. Ooit is er
    iemand levend uitgeraakt. Nu lig ik op
    zijn blaren en voel ingebed zijn pijn.
  10. Hoe hij mijn bergen met gemak verzet,
    terwijl ik steen voor steen pak en verleg
    voor wat stroming. Mijn droom is een barst
    in de stuwdam rond zijn minder-is-meer.
  11. Hoe hij op zijn hoogtepunt in de Hoge
    Venen komt: harder nog dan thuis zijn
    tenen kromt en ik hem in mijn
    kruis alweer ver weg voel verdwijnen.
  12. Hoe wij ieder onze eigen kleine dood
    almaar grootser moeten sterven,
    we de scherven soms maar beter laten
    zitten, net als de koeien in de sloot.
  13. Hoe het mij vermoeit ook ver van huis de
    afstand te bewaren, dat ik daar en eender
    waar niets anders dan mezelf kan vinden
    en mij zò zo graag wil verbinden.
  14. Hoe ik geen platgetreden paden wil
    bewandelen met de man in mijn leven,
    maar une ballade als een pas-de-deux,
    een dans van geven en ontvangen.
  15. Hoe wij onze liefdes en verlangens in
    onze eigen rugzak dragen en niet vragen
    anders dan op het gemak te stappen op
    het pad dat hier en nu voor ons ligt.
  16. Hoe wij in de Ardennen en de regen
    ons terrein verkennen en er in geen velden
    of wegen iemand anders te bekennen is dan
    wijzelf. Hoe wij daar maar niet aan wennen.

laat mij je voorlezen:

don-eer

 

Heb ik je geraakt?
Je dag beter gemaakt?

Zin om iets terug te geven?
Een koffie of je leven!